vrijdag 20 september 2013

The Hindu Needle Trick: 'The Hindu Needle Trick' (2013)


The Hindu Needle Trick is het nieuwste muzikale project van Mechelaar Roel Spoelders, een naam die bij de cultuurgeïnteresseerde Maneblusser misschien een belletje doet rinkelen vanwege zijn eerdere bands The Seven Laws Of Woo en A.R.S.E.! of 's mans theaterwerk, al dan niet in samenwerking met het gezelschap Voor Taal en Kunst. Als debuut levert het viertal een frivole, titelloze ep af die grossiert in ongedwongen, toegankelijke poprock met een flinke scheut americana-invloeden.

Na de funky opener 'Rebel in my spare time' en de country van 'Oh sweet ambition' vechten op 'Wait until dark, Francesco' aanstekelijke cowboyriedels een onbesliste strijd om de overhand uit met een wijd uitdeinend, episch refrein. Op 'Belinda' wordt een onbeantwoorde liefde overtuigend in een uptempo rock-'n-rollsausje gegoten, en 'Confusion' gaat nog een laatste keer de country-tour op, dit keer gedragen door een vinnig springerige kadans die blijven stilzitten quasi onmogelijk maakt.

The Hindu Needle Trick stak ons een complexloos, muzikaal visitekaartje met een hoge meezingbaarheidsgraad in handen dat voorbij was voor we het goed en wel beseften. Moge het voor hen de deur naar een langspeler wagenwijd openzetten.

Mark Lanegan: 'Imitations' (2013)


Mark Lanegan heeft altijd wel iets met covers gehad, en we durven dat beslist een goed huwelijk noemen. Denk bijvoorbeeld maar aan 's mans versie van 'Where did you sleep last night?' dat, enkele jaren voor Nirvana's unplugged-sessie, reeds te vinden is op zijn ijzingwekkende solodebuut 'The winding sheet' (1990), met Novoselic op bas en Cobain op gitaar trouwens. Minstens even belangrijk als het schrijven van eigen nummers lijkt voor het getroubleerde grunge-icoon het interpreteren van andermans creaties. Zo leende hij in het verleden zijn indrukwekkende stem zonder verpinken uit aan o.a. Soulsavers, Isobel Campbell, onlangs nog Duke Garwood en niet in het minst de gebroeders Conner die namelijk het volledige songschrijven op de eerste vier Screaming Treesplaten voor hun rekening namen. Live schuwt deze mediaschuwe artiest het brengen van vreemd werk daarenboven evenmin, waarbij hij geregeld verrassend uit de hoek weet te komen.

Bij momenten lijkt het of Lanegan zich op deze manier om mentaal te overleven haast letterlijk voedt met andermans gevoelens. Ook op het pas verschenen 'Imitations', na 'I'll take care of you' (1999) zijn tweede volledige coveralbum, overstijgen de oorspronkelijke versies schijnbaar het nut van het louter troost bieden. De bewerkte nummers zijn eens te meer geen crowdpleasers en komen slechts gedeeltelijk als eerbetonen over. De sombere troubadour brengt een verzameling songs die hem op één of andere manier wisten te raken vanaf zijn ontluikende bewustwording als actief luisteraar tot nu; m.a.w. gaande van Frank Sinatra en Andy Williams over Nick Cave tot The Twilight Singers en Chelsea Wolfe.

Terwijl de zanger zo langs de ene kant op zoek gaat naar op zoek naar lang verloren emoties, is er anderzijds meer aan de hand. Het interpreteren heeft ook nu iets dwangmatigs; Mark Lanegan gebruikt de nummers als het ware als een soort bezweringsformules om zich een aantal eigenschappen van de oorspronkelijke auteur of uitvoerder eigen te maken en langs deze weg zijn eigen verleden, heden en toekomst te ordenen en een zekere grip te krijgen op de wereld rondom hem. Meest in het oog springend is 'Elégie funèbre' van de obscure Franse allround kunstenaar Gérard Manset, waarbij Lanegan alles uit de kast haalt om de delicate gevoeligheid van het origineel (jawel in het Frans) zo dicht mogelijk te benaderen en zich zo helemaal te verliezen in de psyche van Manset.

In zijn geheel laat de performer op dit album zijn kenmerkende diepe grom en snerpende uithalen grotendeels achterwege. Liever gaat hij met zijn ontzagwekkende bariton in croonermodus op zoek naar een tijdloze, alomvattende, weemoedige emotie. Buiten de tot in de puntjes uitgewerkte vooruitgeschoven single 'I'm not the loving kind' (John Cale) werd doorgaans gekozen voor een sobere muzikale begeleiding, meestal enkel akoestische gitaar, af en toe gedragen door een bescheiden drumbeat met hier en daar een welgemikte blazer of strijker en nauwelijks backings.

Zonder al te drastische ingrepen weet Lanegan op 'Imitations' een dozijn songs met de meest diverse achtergronden in een opmerkelijke uniformiteit meesterlijk naar zijn hand te zetten. Het resultaat is een warme, donker melancholische collectie fluisterende luisterliedjes die geregeld de haren op je armen doen rechtstaan. Toch kunnen we er niet buiten dat het folky 'I'll take care of you' ons dat tikkeltje meer aansprak.


dinsdag 27 augustus 2013

J. Slauerhoff: 'De opstand van Guadelajara' (1937)

Geïnspireerd door de Franse symbolisten voelde Jan Jacob Slauerhoff (1898-1936) zich al vroeg aangetrokken tot de (mentale) marge van de samenleving en aspireerde hij een zwervend bestaan. Als gediplomeerd geneeskundige ging hij dan ook aan de slag als scheepsarts, een keuze die de poëet veelvuldig naar Azië, Afrika en Zuid-Amerika bracht. Niet alleen zijn zwakke gezondheid, maar ook een af en toe de kop op stekend, diepgeworteld, onontkoombaar verlangen naar een zekere standvastige geborgenheid noopten hem, hoewel nooit voor lang, geregeld terug naar het Europese vasteland. Terwijl deze innerlijke strijd voor een groot stuk de thematiek van Slauerhoffs werk bepaalt, maakt hij in 'De opstand van Guadelajara' volledig komaf met beiden kanten van de medaille.

Doordrenkt van gitzwarte humor vormt deze novelle immers een karikaturale herneming van het Christusverhaal, die een somber beeld schetst van zowel ieders individuele drijfveren als de belangrijkste maatschappelijke pijlers zoals economie, politiek en religie. In dit postuum uitgegeven boek wordt een door escapisme gedreven, dolende nomade vanuit verschillende hoeken, met elk hun eigen, egoïstische oogmerk, tegen wil en dank ingeschakeld als een soort moderne verlosser om verandering en wat vitaliteit in een ingeslapen, bloedeloos miniwereldje te brengen. De valse messias kan de lokroep van het voor handen liggende comfort niet weerstaan, en wil basically gewoon met rust gelaten worden terwijl hij zich tegoed doet aan slaap, spijs en drank. Het conflicterende contrast met de hooggespannen verwachtingen van de ambitieuzen en hun volgelingen kan niet groter zijn en levert vaak hilarische situaties op. Met veel zin voor esthetiek, in een licht filosofische doch doeltreffende stijl leidt de auteur zijn verhaal naar een noodlottig einde dat ontaardt in een halve kruisiging, die de verlosser weliswaar overleeft, maar zijn bewegingsvrijheid erg inperkt.

Waar, parallel aan zijn eigen leven, Slauerhoffs oeuvre doorgaans worstelt met de vraag zich ofwel te settelen ofwel te gedragen als een bohémien, getuigt deze bittere pastiche van een grote ontgoocheling in beide mogelijkheden. De schrijver lijkt in de laatste jaren van zijn korte bestaan tragisch genoeg ten prooi gevallen aan een algehele desillusie.

donderdag 11 juli 2013

Warm Soda : 'Someone for you' (2013)


Van bij de allereerste noten van opener 'Violent blue' merk je dat het debuut van Warm Soda er één van een enorme vitaliteit is met een weergaloze meezingbaarheidgraad. Bedrieglijk simplistisch voorzien de Oaklanders hun uiterst melodieuze niemendalpunk van een vleugje garage en, vooral op gitaar, een flinke dosis pure rock-'n'-roll en glam. Bijgevolg vinden we op 'Someone for you' een dozijn erg energieke alternatieve popnummers terug. De band komt krachtig, gevarieerd en dynamisch voor de dag.

Hun grootste beperking vindt het viertal in de vocalen van spilfiguur Matthew Melton die het eigenlijk volledig van het melancholische karakter van zijn timbre moet hebben. Terwijl hij een paar keer amechtig naar adem lijkt te happen, ziet hij zich voor de rest genoodzaakt zijn stem in allerlei bochten te wringen om toch nog enigszins in de buurt van de gewenste toonhoogte te blijven. En toch bewijzen de backings op bijvoorbeeld 'Strange as it seems', dat in Melton wellicht nog de beste zanger van het zootje ongeregeld schuilt. De songs worden er echter niet minder catchy door, en samen met een aantal productionele keuzes bezorgt dit het geheel de beoogde lo-fi toets die alles zowat afwerkt.

Heel memorabel of vernieuwend durven we het resultaat niet noemen, maar dit album ligt wel extreem prettig in het oor. 'Someone for you' dendert voort als een trein,en klokt netjes af binnen het half uur, juist voor de verveling kans krijgt om toe te slaan.

zaterdag 15 juni 2013

Alstein: 'Het uitzicht op de wereld' (1984)


(Marc van) Alstein (°1947) stamt uit een eeuwenoud geslacht met adellijke aspiraties dat traceerbaar is tot de jaren 800. Twee mannelijke telgen uit de rijke geschiedenis van deze familie, die op uiteenlopende wijze de nodige informatie overleverden, leden volgens deze dichter, prozaïst en criticus een interessant genoeg leven om er een roman aan te wijden.

Voor het eerste deel van 'Het uitzicht op de wereld' waarin we kennis maken met zijn grootvader, kan de schrijver terugvallen op de meest directe communicatievorm namelijk face-to-face gesprekken die hij als jongeling onderhield met de genaamde Gustave. In zijn late tienerjaren vuurde deze Antwerpenaar een pistool af op de minnares van zijn vader, alvorens halsoverkop de oceaan over te steken om met succes zijn geluk te beproeven in Amerika. WOI noopt hem echter met dringende spoed huiswaarts, waar hij, eens de oorlog afgelopen, rustig fortuin vergaart als commercant. De hoofdmoot van het boek bestaat evenwel uit een reconstructie van het leven van Pierre-Ignace van Alstein, een 18de-eeuwse scheepskapitein, slavenhandelaar en kaper in Franse dienst. Hiervoor doet de auteur een beroep op door de zeeman neergepende scheepsjournaals en uitgavenboekjes gecombineerd met geschiedkundige geschriften en overgeleverde officiële documenten.

Allemaal voer voor een avonturenroman zou je denken, maar niets is minder waar. 'Het uitzicht op de wereld' houdt immers eerder het midden tussen een dubbele biografie en een maatschappelijk essay. In een verzorgd, feitelijk en, gezien het opzet wel passend, ietwat stijf taalgebruik besteedt Alstein minstens evenveel aandacht aan de historische en socio-economische context als aan de lotgevallen van de individuele protagonisten. Zijn toon in verband met de heikele kwestie die de slavenhandel toch is zie je redelijk snel evolueren van mild ironisch naar volledig begripvol voor de zakelijke kant van de affaire. Zo tracht de schrijver met veel sympathie en een zekere dosis trots als het ware letterlijk een uitzicht op de wereld mee te geven, meer bepaald vanuit het perspectief van de rijke bourgeoisie door de eeuwen heen. Uiteindelijk levert de hedendaagse van Alstein een best wel onderhoudend en sowieso historisch interessant werkstuk af, waarbij hij als in zekere zin betrokkene misschien iets te graag kant kiest en net dat tikkeltje teveel empathie vraagt van de lezer.



donderdag 6 juni 2013

Trapper Schoepp & The Shades: 'Lived and moved' (2009)


Over de Atlantische Oceaan lijkt de trein ondertussen goed en wel vertrokken voor Trapper Schoepp & The Shades. Niet alleen leverden ze met 'Run, engine, run' een absoluut meesterwerk in het alt-country genre af, dat hen vorig jaar prompt een platendeal bij het gerenomeerde SideOneDummy Records opbracht, één en ander bracht de jongelingen ook in het vizier van Jakob Dylan. Deze zoon-van prijst de band sindsdien ten volle aan waar hij maar kan, en laat geen gelegenheid onbenut om zijn poulains mee op tour te nemen met The Wallflowers. En gelijk heeft hij. Twijfelaars raden we aan eens op zoek te gaan naar de videoclip voor het hitgevoelige 'Tracks'.

Helemaal uit de lucht gevallen komt deze eerste aanzet tot doorbraak trouwens niet. Via het internet wisten we immers beslag te leggen op het vier jaar geleden in eigen beheer uitgebrachte 'Lived and moved', om te constateren dat dit album op vele vlakken reeds het geweldige potentieel van Trapper Schoepp & The Shades herbergt. Naast de beperktere productie vallen uiteraard nog een aantal andere werkpunten op. Terwijl de kwaliteit van de nummers nog wat aan schommelingen onderhevig is, springt meteen in het oog dat het viertal tevens nog wat zoekende lijkt naar een definitief op Trappers maat gesneden muziekstijl.

Grofweg gezegd treffen we op deze voorloper een collectie op rock-'roll-gestoelde indierocksongs aan waar het hartverscheurende country-element nog niet volledig in ingepast is. Verschillende oorzaken liggen hieraan ten grondslag. Waar we hier en daar wel al een voorzichtige lapsteelpantomime aantreffen, ontbeert 'Lived and moved' om te beginnen het virtuoos melancholische vioolspel van Gina Romantini. Verder werden de gevarieerde, krachtige en een tikkeltje robuuste gitaarpartijen van oorspronkelijk groepslid David Boigenzahn op 'Run, engine, run' grotendeels verdrongen door het iets gestileerdere maar even to-the-pointe werk van Graham Hunt. En ook nieuw aangeworven drummer Jon Phillip biedt met zijn frisse, strakke frivoliteit een niet te onderschatten meerwaarde.

Wel constant, en reeds op enorm hoog niveau acterend is Trapper Schoepp zelf. Zijn tot de verbeelding sprekende vocale timbre gecombineerd met een quasi uniek gevoel voor melodie en frasering wordt ondersteund door een gigantisch beschrijvend en poëtisch vermogen dat op 'Lived and moved' al volledig ontwikkeld lijkt. Nummers als 'Beautifully balanced' en afsluiters 'My own world' en 'Breeze' die helemaal door merg en been snijden, blikken reeds vooruit op de grootsheid waartoe de frontman samen met zijn geüpgrade Shades in staat zal blijken. Beats naar onze mening Jake Bugg – die we vast en zeker ook erg hoog in het vaandel dragen – by a million, om het nu wat overdreven te stellen. Sittin' good!, alleszins.



http://www.trapperschoepp.com/

woensdag 15 mei 2013

Marcellus Emants : 'Een nagelaten bekentenis' (1894)


Als tot op het bot beklijvende psychologische roman vormt 'Een nagelaten bekentenis' een verpletterend meesterwerk van een kolossale somberheid dat gestaag maar gedecideerd je gemoed omhult met een gitzwarte nevel. Het opzet lijkt klassiek : Marcellus Emant (1848-1923) laat met Willem Termeer een getroebleerd man aan het woord die recent zijn vrouw vermoordde en deze drukkende last van zich af wil schrijven met een gedetailleerd relaas van de feiten en gebeurtenissen die tot de noodlottige ontknoping leidden. Hiertoe gaat de ik-figuur over tot een minutieuze analyse van zijn eigen persoonlijkheid en de wereld rondom hem.

Gebruik makend van een donkere, beeldrijke taal in een voor die tijd progressieve spelling, voert de auteur met zijn hoofdpersonage een overtuigd positivist en fervent aanhanger van de erfelijkheidsleer op die zichzelf volledig ziet als speelbal van de omstandigheden en gedegenereerde van geboorte. Het schuldvraagstuk gaat volledig aan hem voorbij. Het hoe en waarom daarvan – net omdat we alles door Termeers ogen zien – ontwikkelt zich hoe langer hoe meer tot het centrale thema van de roman. Zo valt op hoe licht Termeer heen gaat over de sowieso al weinige tegenkanting die hij doorheen het boek krijgt tegen zijn gedachtengang, namelijk nagenoeg alleen deze van zijn buurman, de ex-dominee De Kantere die een schuchtere poging onderneemt hem te overtuigen van het geloof in de vrije wil. Helemaal pessimistisch wordt de toon als Termeer en passant opmerkt dat misschien alle mensen wel acteren en enkel hun ware, aan hem gelijkende aard beter weten te verbergen, waarmee Emants de mogelijkheid openlaat dat ieder monter ogend aangezicht een trieste broeihaard van ellendige hersenspinsels verbergt.

Ondanks zijn aanzienlijke oeuvre is het toch vooral met 'Een nagelaten bekentenis' dat Marcellus Emants zich als een soort Zola van de Lage Landen een prominente plaats opeist tussen de allergrootsten uit de Nederlandstalige literatuurgeschiedenis. Naturalisme van de bovenste, meest meedogenloze plank.