Posts tonen met het label hardly art. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hardly art. Alle posts tonen

donderdag 30 oktober 2014

Tacocat: 'Shame spiral' (2010)

Waar Tacocat op het dit jaar verschenen 'NVM' hun erg vlot in het oor liggende poppunk spannend weet te houden door een aanzienlijke diversiteit aan invloeden binnen te laten sijpelen, komt het viertal uit Seattle op hun debuutlangspeler behoorlijk wat rauwer uit de hoek. Hoewel 'Shame spiral' reeds een aantal nummers herbergt die getuigen van Tacocats hitgevoelige potentieel, wordt op dit album iets minder expliciet gezocht naar de perfect melodieuze zanglijn, wat niet wegneemt dat het gros van de songs uitermate catchy doorkomt, zij het dikwijls op een eerder sloganeske wijze.

Zoals 'TSS' bewijst worden Eric Randalls rechttoe rechtaan punkrockriffs vaak monotoon omkadert, wat met zijn dokkerende vaart voor een aanstekelijke energie-opstoot zorgt. Onder meer het robuuste basspel op 'Annual violation' geven sterke riot girrrl invloeden prijs, terwijl 'Bike party' en het provocatieve 'UTI' dan weer dicht aanleunen bij het vroege werk van Black Flag. De nummers klokken slechts een paar keer nipt op drie minuten af, maar halen doorgaans de twee minutengrens niet, en het geheel is gezegend met een onmiskenbaar lo-fi gevoel, extra in de verf gezet door het sporadisch opduiken van een laagdrempelige kazoo.

De onlangs tot de Hardly Art-stal toegetreden band kan zich het ene moment verliezen in een haast kinderlijke euforie, om even later weer volop met de voeten op de grond maatschappijkritisch in de aanval te trekken. Uit 'Shame spiral' spreekt het garagegevoel van een aantal gelijkgestemde geesten die samen aan het pad timmeren, en ondertussen niet vergeten zich tegelijkertijd flink te amuseren.

Tacocat toert momenteel (voor het eerst) door Europa. Dit brengt hen volgende dinsdag (04.11) naar het Gentse Café Video; zeker de moeite waard om eens binnen te springen!

dinsdag 21 januari 2014

La Luz: 'Damp face' (2012)

Met het recente 'It's alive' onder de arm steekt de Amerikaanse retropop-formatie La Luz binnenkort de oceaan over voor een Europese tour die hen op 4 april naar het Leuvense STUK brengt. Twee nummers op de nieuwe langspeler werden geplukt van de oorspronkelijk in eigen beheer uitgebrachte, maar al snel door het hippe Burger Records opgepikte debuut-ep 'Damp face'. Op dit mini-album presenteerden de vier jongedames zich voor het eerst aan de wereld als een uiterst getalenteerde band die een wat zweverige, met psychedelische keyboards afgewerkte mix brengt van jaren 50-pop en jaren 60-surf.

Terwijl de meeslepend toegankelijke opener 'Call me in the day' drijft op een authentiek doo-wopbeat, roept ook de wat luie kadans van de hieropvolgende, instrumentale titelsong zelfs in januari probleemloos een mijmerende zomeravond in herinnering. Met het surfy 'Sure as spring' belanden we dan aan bij het meest up-tempo en catchy nummer op de plaat. Tekstueel vindt de poëtisch erg sterk uit de hoek komende frontvrouw Shana Cleveland een ideaal evenwicht tussen instant betekenisvol en mysterieus. Waar haar dromerige leads de sfeer voor een groot deel bepalen, completeren en versterken de vocale harmonieën van de drie anderen het gecreëerde onwereldse gevoel. Na 'Clear night sky' dat een bitterzoete synthese van alle voornoemde elementen vormt, sluit de ep af met het statig lome popnummer 'Easy baby' waar een David Lynch wel blijf mee zou weten moest hij zich bijvoorbeeld nog eens aan een opvolger voor 'Blue velvet' willen wagen.

La Luz komt op 'Damp face' weemoedig, breekbaar, etherisch en toch behoorlijk vinnig voor de dag. Ze zaaien hiermee de kiem van een potentieel erg succesvolle carrière. Op basis van wat we reeds hoorden ligt 'It's alive' stilistisch en kwalitatief immers helemaal in dezelfde lijn. Naar verluidt komt het kwartet uit Seattle ook live goed uit de verf, een gegeven dat we deze lente zeker gaan uitchecken in Leuven.