woensdag 15 mei 2013

Marcellus Emants : 'Een nagelaten bekentenis' (1894)


Als tot op het bot beklijvende psychologische roman vormt 'Een nagelaten bekentenis' een verpletterend meesterwerk van een kolossale somberheid dat gestaag maar gedecideerd je gemoed omhult met een gitzwarte nevel. Het opzet lijkt klassiek : Marcellus Emant (1848-1923) laat met Willem Termeer een getroebleerd man aan het woord die recent zijn vrouw vermoordde en deze drukkende last van zich af wil schrijven met een gedetailleerd relaas van de feiten en gebeurtenissen die tot de noodlottige ontknoping leidden. Hiertoe gaat de ik-figuur over tot een minutieuze analyse van zijn eigen persoonlijkheid en de wereld rondom hem.

Gebruik makend van een donkere, beeldrijke taal in een voor die tijd progressieve spelling, voert de auteur met zijn hoofdpersonage een overtuigd positivist en fervent aanhanger van de erfelijkheidsleer op die zichzelf volledig ziet als speelbal van de omstandigheden en gedegenereerde van geboorte. Het schuldvraagstuk gaat volledig aan hem voorbij. Het hoe en waarom daarvan – net omdat we alles door Termeers ogen zien – ontwikkelt zich hoe langer hoe meer tot het centrale thema van de roman. Zo valt op hoe licht Termeer heen gaat over de sowieso al weinige tegenkanting die hij doorheen het boek krijgt tegen zijn gedachtengang, namelijk nagenoeg alleen deze van zijn buurman, de ex-dominee De Kantere die een schuchtere poging onderneemt hem te overtuigen van het geloof in de vrije wil. Helemaal pessimistisch wordt de toon als Termeer en passant opmerkt dat misschien alle mensen wel acteren en enkel hun ware, aan hem gelijkende aard beter weten te verbergen, waarmee Emants de mogelijkheid openlaat dat ieder monter ogend aangezicht een trieste broeihaard van ellendige hersenspinsels verbergt.

Ondanks zijn aanzienlijke oeuvre is het toch vooral met 'Een nagelaten bekentenis' dat Marcellus Emants zich als een soort Zola van de Lage Landen een prominente plaats opeist tussen de allergrootsten uit de Nederlandstalige literatuurgeschiedenis. Naturalisme van de bovenste, meest meedogenloze plank.

vrijdag 19 april 2013

Anne de Vries : De man in de jachthut (1960)


Terwijl Anne de Vries (1904-1964) zijn (jawel, laat je niet misleiden door de voornaam) faam vooral te danken heeft aan een resem felgesmaakte streek- en jeugdromans (Bartje uit Drenthe, iemand?), waagde hij zich met 'De man in de jachthut' op latere leeftijd aan een soort psychologisch werkstuk. Een al te diepe indruk laat deze ik-vertelling over een gevierd schrijver die het overlijden van zijn vrouw tracht te verwerken door verwoed op wild te jagen, evenwel niet na.


Om te beginnen valt het niet makkelijk te sympathiseren met het hoofdpersonage. Via de beproefde J.D. Salinger-methode tracht de Vries aan de hand van kleine als speciaal en uniek voorgestelde bespiegelingen en idiosyncrasieën een onuitgesproken elitair groepsgevoel met de lezer tot stand te brengen. Door een klaarblijkelijk gebrek aan verbeeldingskracht en inlevingsvermogen, vervalt de auteur echter in een steriele aaneenrijging van cliché's, waardoor, ironisch genoeg, eerder een lomp arrogante afstand met het publiek wordt gecreëerd. Verder valt het niet mee veel voeling te houden met een karakter dat, los van alle mooipraterij en vergoelijking, in koelen bloede een 25-tal eenden gaat afknallen om zijn zinnen wat te verzetten, arbeiders en boeren met een verontrustende vanzelfsprekendheid behandelt als ondergeschikten, en er tenslotte niet voor terugdeinst om op basis van een hem bekende moegetergde vrouw met een beginnend alcoholprobleem in één adem alle vrouwen die al eens aan de boemel gaan als weerzingwekkend te bestempelen.

Waar Salinger wel moeiteloos het overgrote deel lezers van 'The Catcher in the Rye' omtoverde tot devote adepten, - hoewel William S. Burroughs aangaande Holden Caulfield reeds fijntjes observeerde dat deze zowat de grootste klootzak uit de literatuurgeschiedenis moet zijn - haalt de Vries op geen enkel vlak dit niveau. Zijn psychologisch inzicht is ronduit oppervlakkig te noemen, en ook stilistisch ontbreekt het deze schrijver toch wat aan eruditie. Het heeft er alle schijn van dat hij erop rekende dat een vlot lezende jeugdroman tot ware literatuur kan verheven worden door hem wat te pimpen met een heleboel extra adjectieven en een uitgebreid arsenaal flauw overkomende metaforen. Niet dus, al lijkt de Vries zich daar allerminst van bewust.

Wat overblijft is een onderhoudende vertelling die best wel een eind weg leest, maar absoluut niet kan wedijveren met het betere werk uit de Nederlandstalige literatuur.

dinsdag 9 april 2013

Emiel Van Hemeldonck : 'Maria, mijn kind' (1944)


Met 'Maria, mijn kind' stuitten we op een bescheiden maar daarom niet minder indrukwekkend schitterende parel uit het aanzienlijke arsenaal oervlaamse regioromans. Naar goede gewoonte is ook dit er geen die je onbezonnen vrolijk achterlaat. Vanuit het gezichtspunt van de oudste dochter verhaalt Emiel Van Hemeldonck (1897-1981) de van tragiek doorweven, aangrijpende lotsgeschiedenis van de familie Dielen die in de streek van Vosselaar met man en macht spartelt om het hoofd boven water te houden.



Een dramatische, koortsdromerige openingsepisode schetst een hartverscheurende situatie waarin de 16-jarige Maria haar moeder op het sterfbed plechtig belooft voor het gezin te zorgen. Hiermee gaat ze tevens het als laatste wens geformuleerde engagement aan haar vader ten allen prijze te behoeden voor een terugkeer naar het ware boerenbestaan. Zo wordt ook meteen de thematiek onverbloemd op tafel gegooid. In een veranderende wereld bieden de kleiputten en steenbakkerijen voor het eerst een volwaardig alternatief voor de doorgaans kleinschalig bedreven landbouw op de arbeidsintensieve en weinig vruchtbare heidegrond. Hoewel in de gegeven omstandigheden een al dan niet mislukte oogst haast letterlijk kan beslissen over leven en dood, blijkt het voor de meeste heidebewoners een onmogelijke opgave te weerstaan aan de lokroep van de grond. Gedreven door hun onder een stug uiterlijk verborgen, in hun diepste aard gewortelde emoties nemen ze koppig een gefantaseerd romantisch ideaalbeeld van zulks bestaan voor absolute waarheid. Dit staat echter in schril contrast tot de grauwe realiteit die de meesten te beurt valt. Zich terdege bewust van de kracht van het bloed dat door haar mans aderen stroomt, beseft de moeder maar al te goed de immense last waar ze haar dochter mee opzadelt als ze deze vraagt de stem van de rede aan het gezin op te dringen. Het tekent tegelijkertijd de machteloze wanhoop waaraan ze ten prooi viel.

Gedragen door een meeslepend stilistisch impressionisme getuigt deze Kempense heimatvertelling van Van Hemeldoncks verregaande, psychologische inlevingsvermogen en een waarachtig aanvoelen van de menselijke volksaard. Naar analogie met zijn stuurse, zwijgzame personages hanteert de auteur een suggestieve verteltrant die zelfs erg cruciale passages in grote mate aan de verbeelding overlaat. Dit resulteert in een constant onderhuids broeiende emotionaliteit die bij tijd en wijlen ontaard in de meest drastische erupties van ongecontroleerde energie, meestal met verstrekkende gevolgen.

Voor een feelgood-dorpsroman ben je bij Emiel Van Hemeldonck aan het verkeerde adres. In 'Maria, mijn kind' word je geconfronteerd met een op de rand van het deprimerende balancerende clash tussen idealistische romantiek en grimmig realisme die je niet licht onberoerd zal laten.

woensdag 22 augustus 2012

Marie Koenen : 'De Moeder' (1917)

Hoewel Marie Koenen (1879-1959), dochter van de woordenboekengigant, afkomstig is van Nederlands Limburg, lijkt haar derde roman 'De Moeder' helemaal uit de spreekwoordelijke Vlaamse klei opgetrokken, in zoverre zelfs dat die qua toon sterk aan de heimatvertellingen van Ernest Claes herinnert. Het verhaal vangt aan met een uitgebreide romantische beschrijving van het dorpse leven vanuit het oogpunt van het titelpersonage. Hoewel de auteur, zoals voor haar kenmerkend is, de gevolgen van de industriële revolutie in het landschap straal negeert, is de gemeenschap toch niet volledig onbezoedeld. Als een babylonische schandvlek, vormt het hotel met aanpalende winkel van de steedse familie Curvers haar immers een fikse doorn in het oog.

Desondanks spreekt uit 'De Moeder' een geestelijk veel minder starre gesteldheid dan je op het eerste zicht zou verwachten, en weet het boek zelfs symbolisch een verzoening tot stand te brengen tussen de op zich vijandige literaire strekkingen van het naturalisme en de neoromantiek. De archetypische moeder is een godsvruchtige, hardwerkende, tegen de bittere armoede strijdende weduwe, die ternauwernood de eindjes aan elkaar weet te knopen. Ze idealiseert het eenvoudige ongerepte dorpsleven en spiegelt zich daarin een idyllische toekomst voor haar kinderen voor. Deze probeert ze af te dwingen via het gebed. Terwijl haar dochter Tila eigenwijs huwt met Louis uit de vervloekte familie Curvers, stelt ze al haar hoop op een huwelijk tussen haar zoon Jules met het dorpsmeisje Treeske Bormans. In stilte lijdend schikt deze zich hier aanvankelijk in, en gaat hij aan de slag als plaatselijke onderwijzer. Stilaan groeit echter het besef dat hij erfelijk gedetermineerd is om hieraan volledig ten onder te gaan. Alle protagonisten blijken echter bereid water bij de wijn te doen, en uiteindelijk wordt een nieuwe harmonie gezocht en bereikt.

Uit 'De Moeder' spreekt een universeel diepmenselijke emotie die iedere moeder voor haar kroost voelt. Marie Koenen leverde een ontroerende roman af die zich afspeelt in een voorbije wereld waar de problemen weliswaar van een andere orde maar daarom niet minder groot waren.

woensdag 30 mei 2012

Soundgarden live, Werchter Boutique, 28 mei 2012

Geen enkele rechtgeaarde grungefan telt graag 80 euro neer voor een optreden. Al zeker niet als het grootste deel van die duiten in de zakken van James Hetfield dreigt te verdwijnen. Toch hadden we de Belgische première van Soudgardens reünie niet graag gemist.

Hoewel metal en grunge een aantal raakvlakken deelt, blijkt een huwelijk tussen beiden niet altijd even goed uit te draaien. Een aantal jaar geleden kon Chris Cornell solo op Graspop, ondanks een uitmuntende prestatie, niet echt op veel interesse rekenen, en ook nu, op een affiche die vooral gericht is op Metallica, blijft het enthousiasme voor de grungepioniers in zekere mate beperkt. Samen met Alice In Chains en in een bepaald opzicht ook de Melvins, bevindt Soundgarden zich nochtans aan de metalkant van de grunge. Het blijft blijkbaar een moeilijke zaak om de organische groove, de punkinvloeden en de popmelodieën verkocht te krijgen aan een metal publiek. Nochtans lijkt de band hun songkeuze in functie van de omstandigheden te hebben gemaakt. Van het popgerichte 'Superunknown' krijgen we alleen de obligate hits te horen, het psychedelische, meer bluesgeoriënteerde 'Down On the Upside' laten ze al helemaal links liggen, en buiten 'Beyond The Wheel' krijgen we enkel nummers van 'Louder Than Love', en vooral van het meest aan de metal/hardrock verwante 'Badmotorfinger' gepresenteerd. Het overgrote deel van de set bestaat uit aan een dreunende powergroove opgehangen songs, die Cornell de tijd en ruimte geven om vocaal uit te halen, en die niet al te veel ritmisch leiderschap van de leadgitaar vereisen. Een andere reden voor deze set zou ons inziens immers ook kunnen liggen in het feit dat gitarist Kim Thayil toch wel wat ouderdomsverschijnselen vertoont.
Vooral in het eerste deel van het optreden neemt Cornell verrassend veel gitaarpartijen voor zijn rekening, naar wij vermoeden om Thayil wat te ontlasten. Er lijkt immers wat sleet te zijn gekomen op diens vingers. Het valt op dat Cornell en drummer Matt Cameron, die onder andere met Pearl Jam actief is gebleven, op een hoger niveau acteren dan hun groepsgenoten. Laat ons het erop houden dat het duo Tahill-Shepherd nog matchritme mist. De band is er zich duidelijk van bewust, en Cornell trekt onmiskenbaar de kar met alles wat hij in zijn mars heeft. We hebben het dan niet alleen over zijn gitaarspel, maar ook over zijn klok van een stem die hij tot het uiterste drijft. Helaas laat het Metallica leger ook Cornells weergaloze vocale prestatie min of meer onverschillig aan zich voorbij gaan. Je moet dat natuurlijk allemaal in het perspectief van de grootte van de Werchter-wei zien, want als je alle wel oprecht geïnteresseerden zou optellen verkoop je waarschijnlijk alsnog een aantal keer een zaal als pakweg de AB uit.
In zijn geheel stelde Soundgarden absoluut niet teleur. Aangevoerd door Chris Cornell, die misschien beter zingt dan ooit, brachten ze een geweldige set die in andere omstandigheden waarschijnlijk beter tot zijn recht was gekomen, maar uiteindelijk maakt dat onze rekening niet, en zijn we blij dat we dit mochten meemaken.

zaterdag 31 maart 2012

Screaming Trees : 'Last Words : The Final Recordings' (2011)


Screaming Trees is één van die steengoede bands waar zonder Nirvana relatief gezien nauwelijks iemand van gehoord zou hebben. In het zog van het onverwacht weergaloze succes van Kurt Cobain en zijn kornuiten trok de machinerie van de muziekindustrie zich destijds op voorspelbare wijze opgang. Zwaaiend met vette cheques en beloftes van internationaal succes lokten ze elke band uit de Amerikaanse noordwesthoek met een zweem van commerciële potentie weg uit hun natuurlijke biotoop van D.Y.I. en underground labels. Op nauwelijks tien jaar tijd werd de volledige Seattle scene opgesoupeerd. Toen tegen het eind van de vorige eeuw zelfs de zelfmoord van Cobain volledig uitgebuit leek, en de voormalige cash cows verliesposten waren geworden, was het volgens de regels van de economie zaak hier zo snel mogelijk vanaf de geraken. Eén voor één werden de grungegroepen gedumpt door hun major label. Na het nochtans excellente 'Dust' waren de Screaming Trees één van de laatsten in het rijtje die dit lot beschoren waren. De band bleef niet bij de pakken zitten, werkte aan nieuw materiaal, en trok tussen 1998 en 2000 op eigen houtje en zonder duidelijk plan de studio in. Nadat ze er als groep dan toch definitief de brui aangaven, verdwenen de gemaakte opnames ergens in een kelder, waar ze gedurende elf jaar stof lagen te vergaren, tot drummer Barrett Martin vorig jaar als bij toeval op de tapes stuitte. Hij werkte samen met producer Jack Endino aan de afwerking ervan, wat resulteerde in een volwaardig album, toepasselijk getiteld 'Last Words', dat hij zelf op zijn eigen independent platenlabel Sunyata Records uitbracht.

Van bij de allereerste tonen springt de warme frivoliteit van de typische Screaming Trees groove onmiddellijk in het oog. Waarschijnlijk is dit in retrospect zo opvallend omdat zanger Mark Lanegans latere solo werk steeds meer evolueerde naar de bijna pijnlijk naakte weergave van een verkillende in totale wanhoop verkerende ziel, weerspiegeld in het systematisch de kop indrukken van elke vorm van leven in de muziek. Zijn persoonlijke verwezenlijkingen getuigen van een ijzingwekkende schoonheid waarin het organische hoe langer hoe meer plaats ruimde voor het mechanische. Je kan niet anders dan opmerken dat de olijke Connor broers indertijd een vrolijk tegengewicht voor de sombere en stuurse Lanegan vormden, en zelfs in staat waren hem bij momenten, hoe perifeer ook, mee te sleuren in een positieve spiraal van levenslustige vitaliteit. Dit uit zich allemaal ook ten volle in de muziek. Hun hartverwarmende manier van spelen zorgt ervoor dat ten allen tijde een optimistische kern blijft overheersen. Ze schrikken er geregeld niet voor terug om zanglijnen te componeren die net iets te hoog zijn voor Lanegans stembereik, wat bij momenten een haast gezellig vrienden onder mekaar effect creëert. De uiterst kenmerkende Gary Lee Connor gitaarriedel, nadrukkelijk aanwezig op onder andere 'Black Rose Way', tovert spontaan een brede glimlach op eenieders gezicht. Waar Lanegan van nature de neiging vertoont zijn vluchtgedrag te kanaliseren in alcohol en drugs, verliezen de Connors zich eerder in science-fiction en fantasy.

Dit wil zeker niet zeggen dat Screaming Trees garant staat voor achteloos rondhuppelende bubblegum muziek, integendeel zelfs, zoals doorheen heel hun oeuvre krijg je ook hier te maken met een zwaarmoedig melancholische ondertoon, getuige daarvan nummers als 'Ash Grey Sunday' en 'Low Life', maar je hebt wel het gevoel dat de ellende minder fundamenteel is. Je bent ervan overtuigd dat ze er samen wel zullen uit geraken. 'Door into Summer' en 'Tomorrow Changes' laten duidelijk ruimte voor een hoopvolle opening naar de toekomst.

Als je dit album na al die jaren krijgt voorgeschoteld, overvalt je de weemoedige gedachte dat Mark Lanegan misschien beter bij deze bende was blijven rondhangen. Niet voor zijn carrière, zeker niet, maar eerder voor zijn algehele geestelijke en fysieke gesteldheid. 's Mans inktzwarte repertoire lijkt immers te wijzen op een donker decennium in zijn leven waarin slechts weinig vreugde te rapen viel. Het wekt een beetje de indruk dat hij zijn oude kameraden voor nieuwe vrienden heeft laten staan, die hem resoluut op het slechte pad brachten. In die zin is de kiem van het spreekwoordelijke kwaad weliswaar reeds gezaaid tijdens deze laatste opnames. Josh Homme die de laatste jaren als extra live gitarist rondtrok met de Screaming Trees speelt namelijk mee op 'Crawlspace', het nummer dat achteraf bekeken het meest als een voorafspiegeling van Lanegans latere werk kan gezien worden.

Concluderend is 'Last Words' een prima plaat waar fans van het eerste uur zeker een hoop plezier aan zullen beleven. Commercieel mocht het liedje van de Screaming Trees dan wel uitgezongen zijn, creatief-muzikaal was dat duidelijk allerminst het geval.

donderdag 24 november 2011

A. den Doolaard : 'De Druivenplukkers' (1931)


“Daar gingen zij, de bezitlozen, die groot waren zonder het te weten; die glimlachten om de vervaarlijkste avonturen; die te voet Frankrijk doortogen terwille van een hap brood.” (p. 183)

'De druivenplukkers' werpt ons middenin de leefwereld van de seizoensarbeiders die elke zomer vanuit heel Europa afzakken naar Frankrijk om mee te helpen bij de oogst, onder meer van druiven. We volgen voornamelijk de lotgevallen van Vladja, een Slovaakse jongeman die een startkapitaal tracht te vergaren om eens terug in zijn vaderland een kleinschalige boerderij te beginnen, en zijn mentor André met het woeste oog, de archetypische vitalistische protagonist. In tegenstelling tot de bedachtzame, vooruitziende Vladja, wordt deze doorwinterde zwerver, wiens driften zijn leven volledig domineren, instinctief vooruit gestuwd door de roep van de vrijheid en de natuur. Toch kunnen de twee het wonderwel met elkaar vinden. In een meeslepend, fragmentarisch gebracht relaas worden de dagdagelijkse beslommeringen van de arbeiders verweven met een tragische gebeurtenis uit André's verleden waarvan de gevolgen nog steeds doorwerken. Thematisch eist de vraag naar schuld en verantwoordelijkheid een steeds grotere rol op in de roman. Het verhaal snelt zich naar een noodlottig einde als André in een vlaag van zorgvuldig gecultiveerde razernij zijn vrouw en haar minnaar ombrengt.

Op zijn minst opmerkelijk in de carrière van den Doolaard is de manier waarop realiteit en literatuur door elkaar lopen, en elkaar vinden in een eigenaardige symbiose van oorzaak en gevolg. Het begint allemaal met een sterke fascinatie voor het literaire vitalisme van o.a. Hendrik Marsman en J.J. Slauerhoff. Hierdoor beïnvloed neemt de auteur, geboren Bob Spoelstra jr. (1901-1994), in 1926 het pseudoniem A. Den Doolaard aan waaronder hij enkele gedichten van dezelfde strekking publiceert. Dit gaat hem echter niet ver genoeg. Op dat moment komt hij aan de kost als boekhouder, maar hij wil meer, hij wil het vitalisme echt gaan leven, en wanneer hij twee jaar later helemaal overdonderd wordt door 'De Distels van Baragan' van de Roemeense schrijver Panaït Istrati, neemt hij halsoverkop ontslag om aan de roep van het ware leven gehoor te geven. Het is de start van een zwervend bestaan dat hem eerst en vooral naar Frankrijk brengt waar hij een quasi eindeloze reeks kortstondige klussen uitvoert om in zijn levensonderhoud te voorzien. Vele van zijn trektochten leiden hem later naar de Balkan, wat hem in onze contreien de status van kenner over deze gebieden oplevert. Zijn wederwaardigheden worden op hun beurt verwerkt in romans, zoals bijvoorbeeld in 'De Druivenplukkers'. Langs de andere kant blijkt zijn werk ook een vooruitspiegeling van latere gebeurtenissen te bevatten. Dit jaar onthulde biograaf Hans Olink immers in 'Dronken van het leven' dat den Doolaard in 1933, twee jaar nadat hij André met het woeste oog liet opdraven, de minnaar van zijn toenmalige vrouw vermoordde in Macedoniê.