donderdag 27 maart 2014

Wim Versteden: 'Gesluierde macht' (1988)

Als overtuigde aanhangers van de DIY-attitude diepten we doorheen de jaren al menig pareltje op uit de enorme poel zelf gereleasete cd's. Nu waagden we ons met 'Gesluierde macht' voor het eerst aan een in eigen beheer uitgegeven boek, en we moeten eerlijk bekennen dat dat ferm tegenviel.

Het enige dat we inhoudelijk met volstrekte zekerheid kunnen melden is dat we te maken hebben met een idealistische aanklacht tegen corruptie in (door geestelijken bestuurde) bejaardentehuizen. In een even structuurloze als rommelige ik-vertelling maken we kennis met Toon Vreemdeling die op volledig ongeloofwaardige wijze op 21-jarige leeftijd wordt aangesteld als directeur van zo'n, door een kloosterorde bestierde instelling. Vol goede moed tracht hij paal en perk te stellen aan de courante frauduleuze praktijken en heeft hij vooral oog voor het welzijn van de rusthuisbewoners. Dit wordt hem niet door iedereen in dank afgenomen en uiteindelijk bekoopt hij het nogal drastisch met zijn leven.

Versteden geeft blijk van een manifest gebrek aan narratief vermogen, waardoor hij er zelfs niet in slaagt het neerpennen van een clichématige strijd tussen de frisse jongeling en het vastgeroeste systeem tot een min of meer bevredigend resultaat te brengen. Het relaas is doorspekt van steriele, onnatuurlijke en ronduit warrige dialogen wat hoegenaamd niet geholpen wordt door de veelvuldige toevoeging van stopwoorden als “allee” en “ik bedoel maar”. Zelfs het neerzetten van een stoet bordkartonnen karakters lijkt te hoog gegrepen. Of de schrijver nu psychologisch inzicht ontbreekt, dan wel het gewoonweg niet verwoord krijgt maakt uiteindelijk onze zaak als lezer niet.

Over stijl is al helemaal geen sprake vermits de vermoedelijke afwezigheid van eindredactie zich op elk mogelijk vlak laat gevoelen. Naast de occasionele tikfouten, zondigt de auteur niet alleen tegen zowel spelling als grammatica, maar vergist hij zich ook nog eens geregeld bij zijn naamgeving. Zo wordt bijvoorbeeld zuster Purisima binnen enkele regels op dezelfde bladzijde plots Purusima en vice versa. Daarnaast vertonen tevens de gebruikte tijd en het gezichtspunt inconsistenties. We beten er onze tanden helemaal op stuk, en kregen zelfs sterk de indruk dat ook de auteur er op een bepaald moment genoeg van had. Hij sluit zijn verhaal namelijk nogal abrupt af met een schematische opsomming van relevante feiten, een beetje in de stijl van een telvisiedocumentaire die vlak voor de aftiteling nog wat highlights uit het verdere leven van de protagonisten meegeeft. Hoewel we dit verhaaltechnisch absoluut not done vinden, waren we eveneens opgelucht dat we het boek eindelijk definitief dicht konden slaan.

We begrijpen met andere woorden maar al te goed waarom destijds geen enkele uitgeverij bereid was dit manuscript een volwaardige kans te geven. Tegelijkertijd hopen we uit de grond van ons hart dat dit werkstuk niet representatief is voor het merendeel van de niet officieel gepubliceerde literatuur.

vrijdag 14 maart 2014

Christophe Vekeman : 'Een borrel met Barry' (2005)

Sinds de generatie Lanoye-Brusselmans komt Christophe Vekeman (°1972) in Vlaanderen misschien nog wel het dichtst in de buurt van een literair enfant terrible. Terwijl hij het, in tegenstelling tot laatstgenoemde, doorgaans weliswaar beschaafd houdt, zit hij zelden verlegen om een uitgesproken mening, en spreekt uit zijn werk karakteristiek de milde rebellie van de outsider.

Zo ook in zijn tragikomische derde roman (vierde als je er de verhalenbundel 'Wees maar niet bang' bij rekent) 'Een borrel met Barry' die aanvangt met een geslaagd humoristische captatio benevolentiae, waarbij op laten we zeggen de wijze van Reve bij momenten hilarische kritiek wordt gespuid op een hyperbolische jan-met-de-pet en zijn dagdagelijkse beslommeringen, en die je voor je het goed en wel beseft meesleept in een beklemmend relaas dat de als universeel gepresenteerde inherente tragiek van menselijke relaties pijnlijk bloot legt. Van meet af aan houd je er evenwel best je aandacht bij, vermits de auteur zich nog steeds een aanhanger toont van W.F. Hermans' romantechnische principe van doelgerichtheid waar eerder al de titel van debuut 'Alle mussen zullen sterven' (1999) naar verwees. Zelfs de kleinste voorvallen spelen met andere woorden later nog een rol van betekenis in het verhaal.

Als de beklagenswaardige antiheld Sebastiaan Krops zich gedwongen ziet de genaamde Barry, de nieuwe vriend van zijn schoonzus, een borrel aan te bieden, trekt zich een noodlottige aaneenschakeling van gebeurtenissen op gang die het de als psycholoog opgeleide Vekeman mogelijk maken zijn gedegen kennis van de menselijke geest te etaleren waarbij hij niet zelden op drijfveren stuit waar je allerminst vrolijk van wordt. Doordat de focaliser avondles creatief schrijven geeft krijgen we daarenboven een glimps te zien van de auteurs visie op zijn schrijverschap. Hij wijst ondermeer op het cruciale belang van een openingszin, en geeft impliciet aan dat hij door de keuze voor een roman in de derde persoon bewust afstand neemt van zijn personage. Toch komt het ons voor dat Christophe Vekeman een niet onaanzienlijk stuk van zijn persoonlijkheid op tafel legt.

Ondanks de sombere thematiek blijft 'Een borrel met Barry' redelijk licht van toon door de consequent aanwezige humoristische noot en niet in het minst door Vekemans frivool soepele taalgebruik dat de vaart er flink in houdt. Naar onze mening vond hij met name de perfecte lijn waarop entertainment en diepgang met in elkaar verstrengelde vingers hand in hand gaan.

dinsdag 11 maart 2014

John Murry live in Huis 23 op 10.03.14


Een echte hoogvlieger kan je de passage van John Murry in de AB's Huis 23 bezwaarlijk noemen. Daarvoor is de man technisch te beperkt als zanger en als gitarist. Ook zijn eerder summiere oeuvre is op een handvol echt sterke nummers na wat te doorsnee. Met zijn je m'en foutistische présence maakt hij echter veel goed. Het zegt genoeg dat de uitgebreide, haast aan stand up comedy grenzende verhalen tussen de songs door misschien wel meer weten te boeien dan de eigenlijke muzikale prestatie.

In een gemoedelijke sfeer werkt Murry zich gezapig doorheen zijn set die flink wat covers bevat van onder andere Chuck Prophet, Sparklehorse, Bruce Springsteen en Neil Young. De momenten dat deze versies een meerwaarde bieden ten opzichte van het origineel zijn evenwel schaars. Op een nieuw nummer na put de Amerikaan verder vooral uit zijn voorlopig enige soloalbum 'The Graceless Age'. Terwijl we 'California', 'The ballad of the pyjama kid' en 'Southern sky' onmiskenbaar tot de hoogtepunten rekenen, grijpt bisnummer 'Little coloured balloons' uiteindelijk nog het meest naar de keel. Door de losse en rommelige aanpak beleefden we sowieso een best wel charmante avond, al bleven we muzikaal wat op onze honger zitten.

zondag 23 februari 2014

Valeer Van Kerkhove: 'De gijzelaars' (1977)

Na begin jaren 50 veelbelovend te zijn gedebuteerd met een drietal romans richtte Valeer Van Kerkhove (1919-1982) zich ruim twee decennia lang zowat exclusief op bewerkingen voor toneel, radio en televisie. Eind jaren 70 wist hij alsnog te verrassen met 'De gijzelaars' dat uiteindelijk zijn zwanenzang zou worden. Terwijl dit werk door het specifieke dagboek-opzet vormelijk misschien wat vereenvoudigd overkomt, blijft de christelijke thematische inslag na al die tijd wel nog overeind, deze keer met rechtvaardigheid, schuldbesef en loutering als belangrijkste peilers.

De auteur creëert een beginsituatie die wat doet denken aan een variant op het welbekende gevangenendilemma uit de speltheorie: Tijdens WOII is een bewaker van een bankkluis ongewild getuige van een verzetsmoord op een Duitse officier. Uit door de omstandigheden terechte angst zelf beschuldigd te worden, kiest de jongeman instinctief het hazenpad. De bezetters nemen echter gijzelaars en stellen een ultimatum waarbinnen de dader zich met een tastbaar gevaar voor de doodstraf dient aan te geven of de niet helemaal willekeurig uitgekozen burgers worden geëxecuteerd. De veronderstelde beschuldigde maakt de keuze gedurende de rest van de oorlog onder te duiken, een beslissing die ingrijpende gevolgen heeft voor zijn verdere leven.

Om met zijn geweten in het reine te komen stort hij zich compulsief op het neerpennen van alle voorvallen, gedachten, gevoelens en wereldbeschouwelijke overpeinzingen die met de noodlottige feiten in verband staan; en dit houdt hij al 22 jaar vol zonder ook maar een stap dichter bij de verlossing te komen, tot op een bepaald moment de toevallige, maar altijd als onafwendbaar beschouwde ontmoeting met de echte moordenaar J.K. plaats vindt. 'De gijzelaars' bestaat uit de aantekeningen die het ik-personage in de hieropvolgende maand maakt. We leren een uitermate getroebleerd man kennen wiens leven en persoonlijkheid volledig en verpletterend beheerst worden door dat ene, nauwelijks een handvol seconden in beslag nemende voorval dat dan nog volledig buiten zijn wil om gebeurde. Terwijl J.K., die zich probleemloos een succesvolle positie in de maatschappij wist te veroveren, er zich eenvoudigweg vanaf heeft gemaakt met de gedachte dat hij orders van hogerhand opvolgde, wordt de ik-figuur ten gronde verteerd door schuldgevoelens en allerhande twijfels, inclusief die aan zijn eigen bestaansrecht. Naast een ethische geeft dit de roman tevens een sterke psychologische en filosofische inslag mee.

De schok die het weerzien met J.K. veroorzaakt sijpelt onherroepelijk door in de stijl van de ik-vertelling. Deze vormt een weerspiegeling van de geestestoestand van het hoofdpersonage, waardoor de feitelijke gebeurtenissen zich slechts langzaam en verward onthullen, en het dagboek bij momenten zelfs evolueert richting (soms halfdronken) monologue intérieur. Door deze aanpak wekt Valeer Van Kerkhove de behandelde problematiek op overtuigende wijze tot leven, en levert hij een aangrijpend relaas af dat je onvermijdelijk zelf aan het denken zet. Uiteindelijk weet de schrijver schijnbaar vanuit het niets nog op de proppen te komen met een min of meer happy end.

woensdag 12 februari 2014

Sigrid Gulix: 'Beerschot, dat zijn wij. De macht van de achterban.' (2013)

Iedere twee weken spelen zich voor onze provinciale competities ongeziene taferelen af op het Kiel. KFCO Beerschot Wilrijk werkt hier immers steevast haar thuiswedstrijden af voor meer dan 7000 toeschouwers, een aantal waar menig eersteklasser (zelfs met POI-ambities) jaloers op kan zijn. Deze zoveelste gedaante van Beerschot, sinds jaar en dag één van de woeligste clubs van het land, zorgt daarnaast voor nog een andere innovatieve ontwikkeling in het Belgische voetbal, met name supportersparticipatie (naar Duits model) in het bestuur. Het uiteindelijke doel zou voor 51% zeggenschap aangaande het gevoerde beleid zijn, maar voorlopig doen ze het met 20%. Hoe het één en ander tot stand kwam kan je erop nalezen in 'Beerschot, dat zijn wij.' van Sigrid Gulix die het laatste seizoen van Beerschot AC in dienst was als directiesecretaresse onder Patrick Vanoppen en aldus de neergang en nieuwe start van op de eerste rij meemaakte.

Verwacht je niet aan diepgaande onderzoeksjournalistiek, maar eerder aan een levendig tijds- en sfeerdocument om het frisse elan dat het kersverse project kenmerkt mee te bestendigen. De auteur geeft in haar inleiding immers aan dat ze kort op de bal wil spelen, en daardoor niet de tijd vond iedereen te ondervragen die ze idealiter had willen spreken. Bovendien windt ze er geen doekjes om dat ze zich liever niet waagt aan het uitspitten van een aantal onfrisse zaken, alleen al om potentiële rechtszaken te vermijden. Haar eigen wederwaardigheden gecombineerd met een aantal getuigenissen van andere medewerkers (zowel technische staf als directie), een occasionele speler, een handvol journalisten en vooral veel supporters zetten de gebeurtenissen van het noodlottige seizoen 2012-2013 nog eens netjes op een rijtje vanuit een perspectief waar de afloop reeds gekend is.

Louter feitelijk komt een beetje Beerschot-supporter namelijk weinig wereldschokkends aan de weet. Op hier en daar een individuele anekdote na werd alles wel (al dan niet tussen de lijnen) gecovered door de reguliere media, zeker als je dit combineert met supporterspraat zowel van in het stadion als op internetfora. De veelheid aan informatie die je doorheen een jaar op die manier bereikte, wordt in het relaas gefilterd waardoor feiten zich onderscheiden van geruchten en reeds lang gekoesterde vermoedens dan toch concreet vorm krijgen. Gulix brengt alles samen in een vlot leesbaar document, en bundelt een aantal oorzaken die een debacle onvermijdelijk maakten, gaande van de lage trainigsintensiteit en het gebrek aan discipline onder trainer Adrie Koster, over de excentrieke en niet overal gesmaakte aanpak van de overambitieuze voorzitter Vanoppen tot het gerommel in de spelerskern en de escalerende financiële problemen die het definitieve einde van Beerschot AC zullen betekenen. Het boek eindigt echter met een positieve noot en opening naar de toekomst toe als een aantal supporters die hun club niet lijdzaam ten onder willen zien gaan, zich los van elkaar groeperen tot Wij Zijn Beerschot en het Beerschot Collectief, en uiteindelijk samen aan een nieuw verhaal beginnen.

Sigrid Gulix houdt haar toon neutraal, toont begrip voor verschillende standpunten en verliest zich niet in emotionele beschuldigingen. Zo biedt ze iedereen die Beerschot een warm hart toedracht niet alleen een tastbare en in zekere zin optimistische herinnering aan een voorbije periode aan, maar niet in het minst ook een ode aan de supporter die de echte ziel en de ware bestaansreden van een club vormt.

dinsdag 28 januari 2014

Paul Lebeau : 'Voltooid verleden tijd' (1967)

Met zijn 60ste verjaardag binnen handbereik achtte Paul Lebeau (1908-1982) de tijd rijp een bedrieglijk lichtvoetige, niet zelden van milde ironie doorspekte terugblik te werpen op enkele kantelmomenten in zijn leven. Allerminst een slecht idee, vinden we, vermits de gefragmenteerde memoires die we in 'Voltooid verleden tijd' tegenkomen, op meerdere vlakken weten te bekoren.

Om te beginnen bevatten de scherp en bondig gebrachte anekdotes, beschouwingen en karakterschetsen voldoende entertainmentsgehalte om tot het einde geboeid bij de les te blijven. Uiteraard levert dat allemaal ook behoorlijk wat biografische informatie op, die in se al interessant is. Daar komt echter nog bij dat Lebeau de focus ruim genoeg houdt, en zo als ervaringsdeskundige en eerstehands getuige een betrouwbaar beeld schetst van de tijdsgeest en een levensecht inzicht geeft in een drietal mini-maatschappijen. De novelle staat eerst uitgebreid stil bij de auteurs studentenjaren in Leuven tijdens het interbellum wanneer de Vlaamse jeugd voorzichtig in opstand komen tegen het overwegend Franstalige karakter van de universiteit, spitst zich vervolgens even toe op zijn legerdienst in de embryonale aanloop naar W.O.II, om ten slotte eerder summier af te sluiten bij 's mans wederwaardigheden als leerkracht.

Ook taaltechnisch maakt 'Voltooid verleden tijd' indruk. Zonder snoeven gebruikt de Antwerpenaar zijn onmiskenbare maar wat verborgen gehouden eruditie om puntig, soepel en erg vlot voor de dag te komen. Hiervoor hanteert hij de indertijd parallel toegestane progressieve spelling, die haar doorbraak nooit helemaal heeft kunnen forceren.

Paul Lebeau heeft van schrijven nooit zijn hoofdberoep gemaakt waardoor hij logischerwijze kwantitatief gezien geen al te ontzagwekkend oeuvre heeft nagelaten. Als we enkel op zijn debuut 'Het experiment', het algemeen als meesterwerk beschouwde 'Xanthippe' en nu dus ook 'Voltooid verleden tijd' afgaan, staat hij dan weer wel garant voor kwaliteit.

dinsdag 21 januari 2014

La Luz: 'Damp face' (2012)

Met het recente 'It's alive' onder de arm steekt de Amerikaanse retropop-formatie La Luz binnenkort de oceaan over voor een Europese tour die hen op 4 april naar het Leuvense STUK brengt. Twee nummers op de nieuwe langspeler werden geplukt van de oorspronkelijk in eigen beheer uitgebrachte, maar al snel door het hippe Burger Records opgepikte debuut-ep 'Damp face'. Op dit mini-album presenteerden de vier jongedames zich voor het eerst aan de wereld als een uiterst getalenteerde band die een wat zweverige, met psychedelische keyboards afgewerkte mix brengt van jaren 50-pop en jaren 60-surf.

Terwijl de meeslepend toegankelijke opener 'Call me in the day' drijft op een authentiek doo-wopbeat, roept ook de wat luie kadans van de hieropvolgende, instrumentale titelsong zelfs in januari probleemloos een mijmerende zomeravond in herinnering. Met het surfy 'Sure as spring' belanden we dan aan bij het meest up-tempo en catchy nummer op de plaat. Tekstueel vindt de poëtisch erg sterk uit de hoek komende frontvrouw Shana Cleveland een ideaal evenwicht tussen instant betekenisvol en mysterieus. Waar haar dromerige leads de sfeer voor een groot deel bepalen, completeren en versterken de vocale harmonieën van de drie anderen het gecreëerde onwereldse gevoel. Na 'Clear night sky' dat een bitterzoete synthese van alle voornoemde elementen vormt, sluit de ep af met het statig lome popnummer 'Easy baby' waar een David Lynch wel blijf mee zou weten moest hij zich bijvoorbeeld nog eens aan een opvolger voor 'Blue velvet' willen wagen.

La Luz komt op 'Damp face' weemoedig, breekbaar, etherisch en toch behoorlijk vinnig voor de dag. Ze zaaien hiermee de kiem van een potentieel erg succesvolle carrière. Op basis van wat we reeds hoorden ligt 'It's alive' stilistisch en kwalitatief immers helemaal in dezelfde lijn. Naar verluidt komt het kwartet uit Seattle ook live goed uit de verf, een gegeven dat we deze lente zeker gaan uitchecken in Leuven.